Ontdek

Handbeschilderd of bedrukt?

Het traditionele Delfts aardewerk werd handbeschilderd (uit de hand of met een ‘spons’), maar na 1750 kwamen er ook druktechnieken voor het aanbrengen van decoraties. Deze zijn te onderscheiden in transferprint, decalcomanie en zeefdruk.

Midden achttiende eeuw werd de transferprint- of drukdecortechniek in Engeland uitgevonden. Al snel bleek dit een uiterst geschikt middel voor het decoreren van creamware. Bij dit procedé drukt men een kopergravure via geprepareerd papier op het biscuitgebakken voorwerp. Voorzien van een transparant glazuur, gaat het nogmaals de oven in. In Nederland werd de techniek vanaf circa 1840 op Maastrichts aardewerk toegepast. De transferprint is te herkennen aan lijnen opgebouwd uit stipjes. 

Let hierbij op de overgang van de randen die vaak niet naadloos aansluiten, in tegenstelling tot de vloeiende lijnen bij een handbeschildering.

Rond 1870 ontwikkelde zich de decalcomanie. Bij dit procedé drukt men een lithografie (steendruk) via geprepareerd papier (meta- of duplexpapier) op het geglazuurde voorwerp. Dit type plakplaatjes werd vooral aan het einde van de negentiende eeuw op grote schaal toegepast.

Bij de silkscreen- of zeefdruktechniek wordt op een fijnmazig gaas met een lichtgevoelige emulsie een transparant papier met het ontwerp belicht waardoor de donkere partijen in negatief in het gaas worden opgenomen. Het aanbrengen van verfstof resulteert dan in een positieve afdruk op het keramisch voorwerp. De tegenwoordige zeefdruk is moeilijk van een handbeschilderd decor te onderscheiden. Soms is het raster waaruit het is opgebouwd waar te nemen. De zeefdruktechniek wordt sinds 1950 op grote schaal op keramiek toegepast. In de twintigste eeuw zijn deze screenprinted decoraties door verschillende producenten veelvuldig ‘handpainted’ gemerkt ondanks het feit dat er geen penseel meer aan te pas kwam. De Porceleyne Fles hanteert sinds 2009 een apart merk (Royal Delft 1653) voor de zeefdrukproductie.

terug naar productieproces